Leerdoelen

Voor de vakken Beeldende Vorming en Arts hebben we op het Isendoorn College duidelijke leerdoelen opgesteld. Wij vinden het belangrijk dat je bij deze vakken (nieuwe) vaardigheden ontwikkelt, kennis maakt met verschillende materialen en technieken en leert over beeldende kunst, vormgeving en de beeldende begrippen. Hieronder vind je een opsomming van deze leerdoelen per leerjaar.

Klas 1, 2 en 3

In leerjaar 1, 2 en 3 richt je je op basiskennis en -vaardigheden. Een brede basis is niet alleen belangrijk voor je ontwikkeling op het gebied van kunst en cultuur, maar ook voor het creatief denken in het algemeen. Daarom is deze basis ook bij andere vakken en in het dagelijks leven toepasbaar. Het proces zal in het begin meestal door de docent worden bepaald, maar richting het einde van klas 3 maak je steeds meer je eigen persoonlijke keuzes. Daardoor ontstaat er steeds meer verschil in jouw werkstukken ten opzichte van je klasgenoten en krijgen je werkstukken stapsgewijs meer eigenheid.

Creativiteit

  • Je leert een idee en/of een gevoel om te zetten in een creatief werkstuk.
  • Je maakt kennis met en ontwikkelt verschillende manieren van creatief denken en maken.
  • Je leert procesmatig werken aan de hand van een geleid proces.
  • Je leert procesmatig werken door middel van een zelf gestuurd proces.

Jezelf uiten met kunst

  • Je leert om (je persoonlijke) ervaringen, emoties, gedachten en verhalen als inspiratiebron te gebruiken voor een werkstuk.

Kunstgeschiedenis en -beschouwing

  • Je maakt kennis met kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing.
  • Je leert hoe je kunstenaars van nu en vroeger als inspiratiebron kunt gebruiken.

Vaardigheden en technieken

  • Je leert werken en experimenteren met de onderstaande technieken en materialen.
    • Potlood: Arceren, schetsen, constructief tekenen, plasticiteit, contrasten, diepte.
    • Verf: Mengen, egaal, pasteus, transparant.
    • Hout: Figuurzagen, schuren, boren, houtverbindingen (lijmen, spijkeren, schroeven), schuren, raspen, vijlen.
    • Klei: Construeren, verbinden, boetseren.
    • Film: Shots en standpunten herkennen en toepassen, basisvaardigheden montage, statief hanteren, geluid, belichting, technische vaardigheden iPad.
    • Fotografie: Compositie, licht, moment, scherptediepte, locatie.
    • Grafiek: Balans tussen lijn en vlak, positief en negatief beeld, linosnede, gutsen en drukken, hoogdruk.

Presentatie en communicatie

  • Je leert je eigen werk in de klas te presenteren.
  • Je leert (samen met klasgenoten) om opbouwende feedback te geven en te krijgen op je eigen werk.

Beeldende begrippen

  • Je leert de onderstaande begrippen te herkennen, benoemen en toe te passen.
    • Lijn: Lijnvoering, lijndikte, lijnsoort, lijnwerking, arceren.
    • Kleur: Primair, secundair, tertiair, koud-warm, realistisch, kleurcontrasten (warm-koud, complementair, licht-donker, kleur-kleur, kwaliteit) kleurfamilie, (optische)kleurmenging, kleurverloop.
    • Vorm: geometrisch, organisch, realistisch, abstract, figuratief, gedetailleerd, vormcontrast (groot-klein, geometrisch en organisch), gesloten vorm, gestileerd, geabstraheerd, gestroomlijnd, massief, open, vereenvoudigd.
    • Textuur: Rubbing, fijn, glad, grof, ruw.
    • Structuur: Patronen, motieven.
    • Ruimte: Afsnijding, groot-klein, perspectief, overlapping, plasticiteit, kader, ruimtesuggestie, kikvorsperspectief, vogelvluchtperspectief, kleurperspectief, ooghoogte, scherptediepte, standpunt, verdwijnpunt, verkorting, vervaging, lijnperspectief.
    • Licht: Eigen schaduw, licht-donker contrast, clair-obscur, lichtrichting, meelicht, strijklicht, natuurlijk licht, schaduwwerking, slagschaduw, tegenlicht, zijlicht.
    • Compositie: Compositievormen (horizontaal, verticaal, diagonaal, driehoek, overall, (a)-symmetrisch), herhaling, ritme.
    • Film: Standpunten (close-up, mediumshot, totaalshot), kikvorsperspectief, vogelvluchtperspectief, over the shoulder, shot, take.

Kunstvormen

  • Je maakt verschillende soorten werkstukken en doet vaardigheden op in:
    • 2-dimensionaal: Tekenen, schilderen, grafiek.
    • 3-dimensionaal: Keramiek, constructief.
    • Multimedia: Film, fotografie, animatie.
  • Je werkt zowel toegepast als autonoom.