Inleiding
Zo zie ik mezelf
Deze les gaan we direct aan de slag. Je maakt een experimenteel zelfportret. Hiervoor teken je alles wat je van jezelf ziet zonder daarbij een spiegel, foto of telefoon te gebruiken. Dat is wellicht een bril waar je tegenaan kijkt, een stukje van je neus of wangen, haar dat voor je ogen hangt, je bovenkleding, handen, voeten, enz.
Rembrandt
Het maken van selfies is pas iets van de laatste 10-15 jaar. Het maken van portretfoto’s kan al iets langer dan 100 jaar. Voor die tijd kon je een portret laten schilderen. De kunstenaar maakte dus geen selfie, maar een zelfportret met verf en kwast.
Een kunstenaar die heel veel zelfportretten maakte was Rembrandt. Hij deed dat als studiemateriaal en speelde veel met zijn uiterlijk om verschillende stoffen of bijvoorbeeld de lichtval uit te proberen.
Vragen bij Rembrandt
- Het zelfportret op afbeelding 1 schilderde hij rond 1635 toen hij inmiddels een succesvol schilder was, aan de voorstelling kun je dat zien. Waaraan kun je zien dat hij succesvol was?
- Rembrandt heeft een soort selfie geschilderd. Wat is de functie van een selfie? en heeft dit schilderij van rembrandt dezelfde functie of een andere?
- Kun je nog meer redenen bedenken voor een kunstenaar om een zelfportret te maken?
Schiele
Vragen bij Schiele
- Het portret verschilt van dat van rembrandt. Welke verschillen in de voorstelling zie je tussen beide schilderijen?
- Ook de manier waarop het geschilderd is verschilt in beide schilderijen. Op welke manier verschillen ze?
- Is de functie van het portret van Schiele hetzelfde als dat van Rembrandt? Wat zegt het schilderij over de identiteit van Schiele? Ben je wel eens een selfie tegengekomen die hier op lijkt?
Hoe teken je een zelfportret?
Aan de hand van de studies (etsen) die Rembrandt maakte van zijn eigen gezicht, zie je dat hij nauwkeurig onderzoek deed naar de opbouw van een portret. HIj onderzocht ook hoe je bijv. haar kon tekenen en hoe het licht op een gezicht valt en het daardoor ruimtelijk maakt.
Er zijn een aantal verhoudingen binnen een portret die je met behulp van lijnen goed zichtbaar kunt maken. Dit kan je helpen een geloofwaardig portret te tekenen. Eerst verdeel je de vorm van het hoofd op de horizontale en verticale as in tweeën. De onderste helft verdeel je weer door tweeën om de onderkant van de neus en oren te bepalen. Als je het vlak daaronder weer door de helft deelt weet je waar de onderkant van de mond komt. Trek je een verticale lijn vanuit de binnenkant van de ogen, dan weet je de breedte van de neus. Een verticale lijn van vanuit de pupillen geeft de breedte van de mond aan.


