Tijdens de bv lessen in de afgelopen jaren hebben we jullie voornamelijk praktijklessen gegeven. Maar stiekem, soms zonder dat je het wist, hebben we jullie ook veel theoretische kennis meegegeven. Bijvoorbeeld, welke kleuren je moet mengen om paars te krijgen, of hoe je in 3d kunt tekenen. Dit jaar trekken we de theorie en de praktijk uit elkaar en krijg je een los theorie uur.
Introductie opdracht
Iedere leerling krijgt een wisbordje en een marker. Beantwoord de vragen en houd je bordje met het antwoord omhoog.
Praktijk en theorie als één geheel
De praktijk en theorie horen 100% bij elkaar. De cijfers die je dus haalt, komen allebei onder dezelfde noemer op je rapport. Daarom is het uiteindelijk gewoon 1 vak met 1 eindcijfer.
Je prestaties bij het praktijkgedeelte en het theoriegedeelte zijn dus van invloed op elkaar. Haal je een laag cijfer voor de theorie, dan gaat je gemiddelde cijfer van bv daardoor omlaag, en andersom. Daarom is het belangrijk dat je je voor beide onderdelen inzet.
Twee examens
Je gaat voor dit vak niet één, maar twee centrale examens maken.
- Een praktijkexamen, waarbij je tijdens de lessen zelfstandig een werkstuk gaat maken, zonder adviezen van je docent. Dit examen is landelijk voor iedereen gelijk en wordt grofweg afgenomen in maart en april.
- Een theorie-examen, waarbij je net als bij alle andere examens in de examenzaal vragen moet beantwoorden over de geleerde theorie.
Hoe is je examencijfer opgebouwd?
Hieronder vind je een schematische weergave van de opbouw van je examencijfer. Kort gezegd telt je schoolexamen voor 50% mee en je centraal examen cijfer ook voor 50%.
Binnen het schoolexamen is de verhouding 65% praktijk en 35% theorie. Zo telt in dat gedeelte de theorie minder mee dan de praktijk. Maar, in het geheel is het natuurlijk maar een klein beetje minder.
Afbeelding 1: Opbouw examen cijfer
Wat weet je al?
De klas wordt verdeeld in 3 groepen. Iedere groep krijgt een stapel met begrippen uit de Syllabus.
- Maak nu samen een stapel met de woorden die jullie kennen, en een stapel met de woorden die jullie niet kennen.
- Iedere groep kiest nu willekeurig een woord van de stapel die jullie kennen en probeert aan de rest uit te leggen wat het betekent.
- Nu kies je samen met je groep 2 woorden uit de stapel waarvan je niet weet wat het betekent. Lees het woord hardop en probeer er samen met de klas achter te komen wat de betekenis is van het woord.
Beschrijven en tekenen
Bij het formuleren van je antwoorden tijdens een toets of het examen, is het belangrijk dat je doet alsof de corrector het kunstwerk niet ziet. Met dit in je achterhoofd worden de beschrijvingen nauwkeuriger en je antwoord dus beter.
Dit gaan we oefenen met de volgende opdracht:
- Eén leerling gaat voorin de klas zitten en krijgt een schilderij te zien. Alle anderen krijgen een A4 papier en nemen een potlood in de hand.De leerling voorin de klas omschrijft het schilderij hardop en gedetailleerd. Anderen proberen te tekenen wat door de spreker wordt omschreven, zonder dat ze het schilderij kunnen zien.
- Als de spreker klaar is met de omschrijving, loopt hij/zij een rondje door de klas en beoordeelt de resultaten. Lijkt het op het schilderij? Waarom wel/niet? Waar lag dat aan?
- Nu krijgen alle leerlingen het schilderij te zien en mogen de tekenaars bepalen: Was het wat ze hadden verwacht? Lijkt hun tekening erop? Waarom wel/niet? Waar lag dat aan?
