Fruittoetje

In deze lessenserie maken we een fruitportret, oftewel een ‘fruittoetje’. Met verschillende fruitsoorten vorm je een gezicht. Voordat we aan een eindwerkstuk beginnen, maken we telkens eerst een aantal kortere opdrachten. De opdrachten staan allemaal op deze website.

Potloden

Potloden zijn er in heel veel soorten. In de tekendoos die jullie hebben gekregen zit een HB en een 2B-tekenpotlood. Daarnaast heb je ook nog een set kleurpotloden. Tijdens de BV lessen heb je deze potloden bijna elke les nodig. Wees er dus zuinig op en zorg ervoor dat je ze altijd bij de hand hebt!

Harde en zachte potloden

Het binnenste van een tekenpotlood wordt gemaakt van grafiet en klei. Grafiet zorgt voor de donkere kleur van het potlood. Door grafiet te mengen met klei wordt de punt harder of zachter. Harde potloden kun je herkennen aan de letter ‘H’ (Hard) en zachte potloden aan de letter ‘B’ (Black).

Het meest gebruikte potlood is een HB-potlood. Deze is precies tussen hard en zacht in. Als er niks op je potlood staat, dan is het meestal een HB-potlood.

Soms staat er een getal voor de H of de B. Hoe hoger het getal, hoe harder of zachter het potlood is. In de tabel hiernaast is dit handig af te lezen.

Voorzichtig

Misschien heb je het wel eens meegemaakt: Je slijpt je potlood wel 10 keer aan, maar de punt breekt telkens af. Dan is de stift van het potlood gebroken. Dit kan gebeuren als het potlood hard gevallen is. De stift van een zacht potlood breekt eerder dan die van een harde.

Afbeelding 1: Verschillende potloden

Afbeelding 2: Tabel van hardheden

Potloden testen

  1. Op je werkblad zie je vier vakjes. Neem een HB-potlood en kleur vakje 1 zo licht mogelijk en vakje 2 zo donker mogelijk in.
  2. Van de volgende twee vakjes kleur je vakje 3 zo zwart mogelijk met je hardste potlood en vakje 4 zo zwart mogelijk met je zachtste potlood. Als je zelf hele harde of zachte potloden in je etui hebt, mag je deze ook gebruiken.
  3. Welk verschil zie je tussen vakje 3 en 4?
  4. Noem tenminste één voordeel van zachte potloden.
  5. Noem tenminste één voordeel van harde potloden.

Contrast

Het woord contrast betekent letterlijk ‘verschil’. Als we in deze opdracht spreken over contrast, dan bedoelen we het verschil tussen licht en donker.

Veel contrast

Een afbeelding of tekening met veel contrast, heeft dus een groot verschil tussen licht en donker.

Weinig contrast

Bij een afbeelding met weinig contrast, is er weinig verschil tussen licht en donker.

Verschillende tinten

Door harder of zachter op je potlood te drukken kun je verschillende tinten maken. Een tint of kleurtint is een bepaalde versie van een kleur. Lichtblauw en donkerblauw zijn voorbeelden van blauwtinten. In afbeelding 3 en 4 zie je verschillende grijstinten. Beide keren is een verloop te zien van licht naar donker. In afbeelding 3 is dit in stapjes gedaan, in afbeelding 4 zien we een geleidelijke kleurovergang.

Afbeelding 3: Verschillende grijstinten in stapjes

Afbeelding 4: Grijstinten in een kleurovergang

Grijstinten

Als je goed met een potlood kunt omgaan, kun je heel veel verschillende grijstinten maken. Bekijk eerst afbeelding 3. Je ziet hier een kleurtrapje van verschillende grijstinten. In de lege vakjes op het werkblad ga je dit zelf proberen.

  1. Neem een HB of 2B potlood. Kleur eerst het linker vakje zo licht mogelijk en het rechter vakje zo donker mogelijk. Probeer daarna in gelijke trapjes van licht naar donker te gaan. Er staan meerdere lege trapjes, je mag het dus een paar keer proberen.
  2. Bekijk nu afbeelding 5. Maak op je werkblad een vloeiende kleurovergang van licht naar donker. Zorg er nu dus voor dat er geen trapjes te zien zijn, zonder met je vingers te wrijven. Je mag het weer een paar keer proberen.

Diepte

Probleem: Het papier is plat, maar we willen toch laten lijken alsof er diepte is. Kleurovergangen en kleurtinten kun je gebruiken om voorwerpen diepte te geven. De kant waarop het meeste licht schijnt wordt het lichtst van kleur. De kant waar het minste licht kan komen wordt het donkerst.

Gebogen oppervlakken

Oppervlakken die bol of gebogen zijn, krijgen een kleurovergang zoals in afbeelding 5.

Vlakke zijden

Bij vormen met vlakke zijden krijgt elke zijde een andere kleurtint. Dit is te zien in afbeelding 6.

Stereometrische figuren

In afbeelding 5 en 6 zie je een aantal ruimtelijke figuren. Deze ruimtelijke figuren worden ook wel stereometrisch genoemd. Voorbeelden van stereometrische figuren zijn een kubus, balk, bol, piramide, enz…

Geometrische figuren

Wiskundige vormen die plat zijn, noemen we ook wel geometrische figuren. Dit zijn vormen zoals een vierkant, rechthoek, cirkel, driehoek, enz…

Afbeelding 5: Voorwerpen met gebogen oppervlakken (De pijl geeft aan waar het licht vandaan komt)

Afbeelding 6: Voorwerpen met vlakke zijden

Video 1: Zo kleur je een cilinder

Video 2: Zo kleur je een kubus

Video 3: Zo kleur je een bol

Voorwerpen ruimtelijk maken

  1. Op je werkblad zie je vier vormen. Kleur de rechthoek zó in dat het een cilider lijkt. Werk met een kleurpotlood en gebruik afbeelding 5 als voorbeeld.
  2. Kleur nu de cirkel zó in dat het een bol lijkt.
  3. Gebogen vormen krijgen een kleurovergang, maar vormen met hoeken niet. Op je werkblad staat ook een kubus getekend. Gebruik een kleurpotlood en geef elke zijde een andere tint. Werk met kleurpotlood en gebruik afbeelding 6 als voorbeeld.
  4. Probeer nu ook de banaan zo ruimtelijk mogelijk in te kleuren.

Arcimboldo

De Italiaanse kunstenaar Giuseppe Arcimboldo leefde tussen 1527 en 1593. De tijd waarin hij leefde werd ook wel de ‘Renaissance’ genoemd. Sommige kunstliefhebbers noemen deze periode het hoogtepunt van de schilderkunst. De beroemde schilders van die tijd konden zéér goed schilderen, zo ook Arcimboldo, maar de schilderijen die hij maakte waren anders dan alle andere. Hij maakte namelijk portretten die waren samengesteld uit allerlei stukken fruit, groenten, bloemen, enz… Je noemt dit met een mooi woord een compositieportret. Het zal je misschien niet verbazen dat sommige mensen hem voor gek verklaarden. Zulke rare schilderijen hadden ze namelijk nog nooit gezien. Toch waren er ook mensen die zijn werk juist heel bijzonder en mooi vonden. Hij werd daarom gevraagd door de keizers van Wenen en Praag om voor hen te komen schilderen als een soort privé schilder. In de slideshow hiernaast zie je enkele portretten die hij in die tijd maakte.

Fruitmand of…

In het fotoalbum hiernaast zie je een aantal werken van Archimboldo. Er staan meer foto’s in het album dan dat je nu ziet. Klik één van de foto’s aan en swipe door. Je komt hier 2 hele bijzondere fruitmanden tegen…

Fotoalbum 1: Diverse werken van de kunstenaar Arcimboldo

Net echt!

De Youtuber/kunstenaar Marcello Barenghi is een ware meester in het tekenen van fruit. Hij kan het zelfs zó echt tekenen, dat het lijkt alsof je het op kan eten. “Het is niet alleen leuk om iemand een mooie tekening te zien maken, het helpt je ook om je eigen techniek te verbeteren” zegt Barenghi.

Hiernaast zie je een playlist met alleen maar fruitstukken. Overigens tekent hij niet alleen maar fruit. Je kunt doorklikken naar zijn Youtube kanaal om de rest van zijn levensechte tekeningen te bekijken.

Video 4: Levensechte tekeningen van Marcello Barenghi

Kleurplaat 2.0

Je hebt nu geleerd dat gebogen oppervlakken een kleurovergang krijgen en dat vormen met vlakke zijden verschillende kleurtinten krijgen. Op het werkblad vind je een soort kleurplaat. Kleur de afbeelding in met één kleur. Maak de voorwerpen zo ruimtelijk mogelijk door kleurovergangen te gebruiken. Gebruik veel contrast en werk netjes.

Collage

Download en/of open de gratis app PicCollage. Download vanuit de app of via Google Afbeeldingen zoveel mogelijk fruitstukken. Vorm met deze fruitstukken een gezicht. Experimenteer en wees origineel. Denk na over hoe je het gezicht laat zien: En face, en profile of en trois quart?

Schetsen

Maak in je dummy twee verschillende schetsen van je fruittoetje op A4. Teken zo groot mogelijk! Laat je inspireren door je collage en de voorbeelden in de slideshow. Teken de fruitstukken nauwkeurig na. Overleg met je docent met welke schets je verder gaat.

Fruittoetje

Vraag bij je docent om een dik vel A4 tekenpapier. Trek je beste schets over op de lichtbak of tegen het raam. Kleur je fruittoetje vervolgens in met kleurpotlood.

Beoordelingscriteria

  • Je portret is bijzonder/origineel
  • Je hebt de fruitstukken heel precies nagetekend
  • Je hebt de fruitstukken op een kloppende manier heel ruimtelijk gemaakt d.m.v. kleurovergangen
  • Je laat zien dat je de nieuwe technieken met het potlood goed beheerst
  • Je hebt veel contrast gebruikt
  • Je hebt netjes gewerkt