Portret van karton

Kunstenaars gebruiken verschillende technieken om afbeeldingen levendig te maken en diepte te geven. In deze opdracht laten we het werk letterlijk naar voren komen door in laagjes te werken.

Reliëf

Er zijn verschillende manieren om diepte te creëren. Sommige daarvan heb je al geleerd, bijvoorbeeld het aanbrengen van schaduwen. Er zijn ook andere manieren waarop je diepte kunt creëren. Een voorbeeld hiervan is het creëren van reliëf.
Reliëf betekent letterlijk hoogteverschil. Door het aanbrengen van reliëf in je werkstuk, maak je verschillen tussen hoge en lage delen, waardoor een diepte effect ontstaat.

Reliëf in kunst

Bij de grieken en romeinen werd veel gebruik gemaakt van reliëf in kunst. Dit zie je vooral terug in de gebouwen uit die tijd. Op deze gebouwen werden, op het platte vlak, voorstellingen uitgehakt. Door op sommige delen meer steen weg te halen dan op ander delen kreeg je verschil in hoogte. Enkele voorbeelden zie je op afbeelding 1.

Niet alleen in de tijd van de Grieken en Romeinen werd in de kunst gebruik gemaakt van reliëf. We zien het nog steeds terug in de moderne kunst. Op de afbeelding 2 zie je bijvoorbeeld werk van Jan Schoonhoven en Yves Klein. In hun kunstwerken is ook reliëf toegepast. Dit reliëf is van invloed op de ruimtelijkheid en de schaduwerking van het kunstwerk.

Album 1: Voorbeeld van een Grieks reliëf (links) en een Romeins reliëf (rechts)

Album 2: Diverse moderne reliëfs van Yves Klein (blauw) en Jan schoonhoven (wit)

Selfie

  1. Maak een selfie die je gebruikt als uitgangspunt voor je werkstuk. Let hierbij op het volgende:
    1. Maak de selfie recht van voren (en-face)
    2. Zorg dat je gezicht bijna de hele foto beslaat, inclusief een stukje van je schouders
    3. Let op dat de bovenkant en de zijkanten van je gezicht niet van de foto vallen
    4. Zorg voor een scherpe/duidelijke foto
    5. Om je werkstuk straks interessanter te maken, zou je een overdreven emotie kunnen tonen, denk aan schreeuwen, verdrietig of boos kijken
  2. Print de selfie uit op A4 in zwart/wit.

Monochroom en polychroom kleurgebruik

Monochroom

Je bent thuis op zoek gegaan naar bruin karton of karton van verschillende bruintinten. Je krijgt straks dus een portret dat is gemaakt alleen maar bruintinten. Het werken met nagenoeg één kleur in je werkstuk noemen we monochroom kleurgebruik.

Polychroom

Het tegenovergestelde van monochroom is polychroom. Bij polychroom kleurgebruik zijn dus meerdere verschillende kleuren zichtbaar.

In fotoalbum 3 zie je zowel een monochroom als een polychroom landschap. Wat is welke?

Album 4: Voorbeeld van een monochroom en een polychroom landschap

Verschillende technieken

De vorm ga je vereenvoudigen en de kleur wordt monochroom. Toch kan je werkstuk interessant worden door gebruik van verschillende technieken. Denk voor je begint na over verschillende technieken die je kunt gebruiken. Zo ontstaan structuren en texturen die jouw werk levendig maken. Je kunt denken aan rillen, krullen, scheuren, knippen, inkepen, en allerlei dingen die je misschien zelf kunt verzinnen.

In afbeelding 4 zie je voorbeelden van verschillende technieken. Je kunt deze technieken gebruiken, maar je kan natuurlijk ook zelf één of meerdere andere technieken verzinnen!

Bij afbeelding 5 zie je voorbeelden van hoe deze technieken zijn toegepast om er een bijzonder portret van te maken, net zoals je nu zelf gaat doen!

Album 4: Verschillende reliëf technieken met karton

Album 5: Voorbeelden van portretten van karton

Portret van karton

Neem je gemaakte selfie als basis en maak een zelfportret van karton. Begin met het uitknippen van je silhouet en trek die over op een kartonnen ondergrond. Voeg daarna meerdere lagen toe om reliëf te creëren. Gebruik meerdere lagen karton om hoger gelegen delen, bijvoorbeeld de neus, te accentueren.

Beoordelingscriteria

  • Je portret is opgebouwd uit minstens 4 verschillende lagen
  • Je bent herkenbaar in je zelfportret
  • Je hebt minstens 3 verschillende technieken gebruikt
  • In je werkstuk is sprake van monochroom kleurgebruik